Uitwerking §2.1 Lineair verband: opgave 2
Boek: Getal & Ruimte - Verbanden VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024Video / Tekstuele uitwerking...
Antwoord / uitwerking:
a.
Op 1 maart 2023 geldt \(t=0\). Op dat moment heeft Shanelle € \(1600\) gespaard.
Het begingetal is dus: \[ \boxed{1600} \]
b.
Op 1 maart heeft Shanelle € \(1600\) en op 1 december € \(2365\).
Het bedrag dat zij in deze periode heeft gespaard is: \[ 2365-1600=765 \] Shanelle heeft dus: \[ \boxed{\text{€ }765} \] gespaard.
c.
Van 1 maart tot 1 december zijn \(9\) maanden.
Dus: \[ \boxed{9\text{ maanden}} \]
d.
De richtingscoëfficiënt geeft aan hoeveel Shanelle per maand spaart.
Ze heeft in \(9\) maanden € \(765\) gespaard.
Daarom delen we het gespaarde bedrag door het aantal maanden: \[ \frac{765}{9}=85 \] De richtingscoëfficiënt is dus: \[ \boxed{85} \] Shanelle spaart € \(85\) per maand.
e.
De formule heeft de vorm: \[ B=\text{begingetal}+\text{richtingscoëfficiënt}\cdot t \] Het begingetal is \(1600\) en de richtingscoëfficiënt is \(85\).
De formule wordt: \[ \boxed{B=1600+85t} \] Hierbij is \(B\) het bedrag in euro's en \(t\) de tijd in maanden, waarbij \(t=0\) op 1 maart 2023.
Tip:
Tip 1. Het begingetal is het bedrag dat hoort bij \(t=0\).
Tip 2. Bereken hoeveel er is gespaard door het beginbedrag van het eindbedrag af te trekken.
Tip 3. Tel zorgvuldig hoeveel maanden er tussen de twee gegeven datums zitten.
Tip 4. Bereken de richtingscoëfficiënt met \(\frac{\text{toename}}{\text{aantal maanden}}\).
Tip 5. Gebruik bij een lineair verband de vorm \(B=\text{begingetal}+\text{richtingscoëfficiënt}\cdot t\).
Tip 6. Examentip. Controleer bij een formule altijd wat \(t=0\) betekent; daarmee vind je direct het begingetal.
Tip 1. Het begingetal is het bedrag dat hoort bij \(t=0\).
Tip 2. Bereken hoeveel er is gespaard door het beginbedrag van het eindbedrag af te trekken.
Tip 3. Tel zorgvuldig hoeveel maanden er tussen de twee gegeven datums zitten.
Tip 4. Bereken de richtingscoëfficiënt met \(\frac{\text{toename}}{\text{aantal maanden}}\).
Tip 5. Gebruik bij een lineair verband de vorm \(B=\text{begingetal}+\text{richtingscoëfficiënt}\cdot t\).
Tip 6. Examentip. Controleer bij een formule altijd wat \(t=0\) betekent; daarmee vind je direct het begingetal.
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §2.1 Lineair verband opgave 2 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda