Wiskunde.netLogo Wiskunde


Uitwerking §4.3 Formules en tijd: opgave 23

Boek: Getal & Ruimte - Formules en vergelijkingen VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024

Video / Tekstuele uitwerking...


Antwoord / uitwerking:

a.
Bij \(t=0\) hoort het jaar 1900.
We berekenen hoeveel jaar 2000 na 1900 is:
\[ t = 2000 - 1900 = 100 \] Dus bij het jaar 2000 hoort:
\[ \boxed{t=100} \]
b.
Bij het jaar 2000 hoort \(t=100\).
We kijken in de grafiek bij \(t=100\).
Daar lezen we een gemiddelde lengte af van:
\[ \boxed{1750\text{ mm}} \] Dus de gemiddelde lengte van een Nederlander op 19-jarige leeftijd was in 2000 1750 mm.

c.
We zetten 1750 mm om naar meter.
Er geldt:
\[ 1000\text{ mm}=1\text{ m} \] Dus:
\[ 1750 : 1000 = 1{,}75 \] Daarom is:
\[ \boxed{1750\text{ mm}=1{,}75\text{ m}} \]
Tip:
Tip 1. Bij \(t=0\) hoort het jaar 1900.
Tip 2. Bereken bij a hoeveel jaar er tussen 1900 en 2000 zit.
Tip 3. Lees bij b in de grafiek de lengte af die hoort bij \(t=100\).
Tip 4. Onthoud dat 1000 mm = 1 m.
Tip 5. Zet millimeters om naar meters door te delen door 1000.
Examentip. Kijk bij een tijdgrafiek altijd goed welk jaar bij \(t=0\) hoort.

Heb je een vraag of opmerking over deze uitwerking?
Laat ons weten wat je van deze uitwerking en Wiskunde.net vindt. Ben je tevreden? We horen het graag! Klik hier om je opmerking te plaatsen...
   
Opgave 23
Opgave 24
Opgave 25
Opgave 26
Opgave 27
Opgave 28
Opgave 29
Opgave 30
Opgave 31
Opgave 32
Opgave 33
Opgave 34
Opgave 35
Opgave 36
Opgave L4 blz. 259
Opgave L5 blz. 259

Formules Assenstelsel en tijd
×

Groen uitlegblok per bladzijde:
Blz 251: Formules (03:54)
Blz 254: Assenstelsel en tijd (02:06)

Andere paragrafen:
4.1. Omgekeerd evenredig (1 t/m 10)
4.2. Stippengrafiek en trapgrafiek (11 t/m 22)
4.3. Formules en tijd (23 t/m 36)
4.4. Formules bij hetzelfde verband (37 t/m 45)
4.5. Vergelijkingen oplossen (46 t/m 65)
4.6. Trainen op examenniveau (66 t/m 74)
4.D. D-toets (1 t/m 8)


Leerdoelen paragraaf: Formules en tijd:
1. Je kunt bij een gegeven jaar of datum de juiste waarde van \(t\) bepalen.
2. Je kunt een waarde van \(t\) invullen in een formule en de bijbehorende uitkomst berekenen.
3. Je kunt met een formule berekenen hoe een hoeveelheid in de tijd toe- of afneemt.
4. Je kunt rekenen met positieve en negatieve waarden van \(t\) en bepalen welke datum of tijd daarbij hoort.
5. Je kunt rekenen met dagen, uren, weken, jaren en eeuwen en deze koppelen aan een beginmoment \(t=0\).
6. Je kunt vanuit een gegeven uitkomst terugrekenen naar \(t\) en daarna de bijbehorende datum of tijd bepalen.
7. Je kunt beoordelen of een uitkomst van een formule realistisch en mogelijk is, bijvoorbeeld bij een negatief aantal of een negatieve waarde.


Geef je mening aan ons:
Review
Tevreden? Laat het ons weten!
Schrijf een review...
Jurgen de Bont Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda   
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!   

Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde. Hierboven vind je de video-uitleg van §4.3 Formules en tijd opgave 23 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video. Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
Succes verzekerd!

Met wiskundige groet,
Jurgen de Bont & Martijn Claassen & Bob Pruiksma, docenten Wiskunde onder- en bovenbouw