Uitwerking §10.1 Statistische diagrammen: opgave 3
Boek: Getal & Ruimte - Statistiek gebruiken HAVO 5 (deel 3) 13e editie, 2026Video / Tekstuele uitwerking...
Antwoord / uitwerking:
a.
De mogelijke antwoorden zijn: nooit, af en toe, regelmatig, vaak en altijd.
Deze categorieën hebben een duidelijke volgorde.
Het meetniveau van de variabele mate van inzet is daarom ordinaal.
b.
Voor de relatieve cumulatieve frequentie van vaak tel je de percentages van nooit tot en met vaak bij elkaar op.
Je kunt dit sneller berekenen door het percentage van altijd van \(100\%\) af te trekken.
Bij de taalvakken is het percentage altijd gelijk aan \(6{,}8\%\). Dus:
\[ 100\% - 6{,}8\% = 93{,}2\% \] De relatieve cumulatieve frequentie van vaak bij de taalvakken is dus \(\boxed{93{,}2\%}\).
Bij de exacte vakken is het percentage altijd gelijk aan \(10{,}7\%\). Dus:
\[ 100\% - 10{,}7\% = 89{,}3\% \] De relatieve cumulatieve frequentie van vaak bij de exacte vakken is dus \(\boxed{89{,}3\%}\).
c.
De gegevens bestaan uit categorieën. Daarom kun je geen gemiddelde berekenen.
Van de centrummaten is bij deze gegevens de modus te gebruiken. De modus is de categorie met de hoogste frequentie.
Bij dit diagram zijn geen gebruikelijke spreidingsmaten te gebruiken.
d.
Een cirkeldiagram is geschikt, omdat je daarmee duidelijk kunt zien welk percentage van de taalvakken bij iedere categorie hoort.
Ook een niet-gestapeld staafdiagram met percentages is geschikt. De hoogte van iedere staaf geeft dan het percentage van een categorie weer.
Beide diagrammen geven een duidelijke indruk van de verdeling van de mate van inzet van ICT-middelen bij de taalvakken.
Tip:
Tip 1. Kijk bij het meetniveau of de categorieën een natuurlijke volgorde hebben.
Tip 2. Bij een cumulatieve frequentie tel je de frequenties tot en met de gevraagde categorie op.
Tip 3. Soms kun je sneller rekenen met \(100\%\) min de percentages die nog boven de gevraagde categorie liggen.
Tip 4. De modus is de categorie die het vaakst voorkomt.
Tip 5. Een cirkeldiagram of een staafdiagram is geschikt om percentages per categorie weer te geven.
Tip 1. Kijk bij het meetniveau of de categorieën een natuurlijke volgorde hebben.
Tip 2. Bij een cumulatieve frequentie tel je de frequenties tot en met de gevraagde categorie op.
Tip 3. Soms kun je sneller rekenen met \(100\%\) min de percentages die nog boven de gevraagde categorie liggen.
Tip 4. De modus is de categorie die het vaakst voorkomt.
Tip 5. Een cirkeldiagram of een staafdiagram is geschikt om percentages per categorie weer te geven.
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §10.1 Statistische diagrammen opgave 3 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda