Uitwerking §10.1 Statistische diagrammen: opgave 6
Boek: Getal & Ruimte - Statistiek gebruiken HAVO 5 (deel 3) 13e editie, 2026Lid worden van wiskunde.net
Wil je deze volledige uitwerking bekijken? Dan heb je een account nodig op Wiskunde.net.
Meld je eenvoudig aan en krijg direct toegang tot alle stappen en uitleg.
Klik op Aanmelden om verder te gaan.
Wiskunde.net-team
Tip:
Tip 1. Bij een cumulatieve frequentiepolygoon geeft het laatste punt het totale aantal waarnemingen.
Tip 2. De modale klasse is de klasse met de hoogste (relatieve) frequentie.
Tip 3. Voor de mediaan zoek je bij \(350\) waarnemingen ongeveer de waarde die hoort bij cumulatieve frequentie \(\frac{350}{2}=175\).
Tip 4. Let bij een klasse als \([30,40\rangle\) goed op de grenzen: \(30\) hoort er wel bij, maar \(40\) niet.
Tip 5. Als twee groepen evenveel waarnemingen hebben, betekent een hogere relatieve frequentie dat de cumulatieve frequentie in die klasse sterker toeneemt.
Tip 1. Bij een cumulatieve frequentiepolygoon geeft het laatste punt het totale aantal waarnemingen.
Tip 2. De modale klasse is de klasse met de hoogste (relatieve) frequentie.
Tip 3. Voor de mediaan zoek je bij \(350\) waarnemingen ongeveer de waarde die hoort bij cumulatieve frequentie \(\frac{350}{2}=175\).
Tip 4. Let bij een klasse als \([30,40\rangle\) goed op de grenzen: \(30\) hoort er wel bij, maar \(40\) niet.
Tip 5. Als twee groepen evenveel waarnemingen hebben, betekent een hogere relatieve frequentie dat de cumulatieve frequentie in die klasse sterker toeneemt.
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §10.1 Statistische diagrammen opgave 6 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda