Uitwerking §2.D D-toets: opgave 2
Boek: Getal & Ruimte - Verbanden VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024Video / Tekstuele uitwerking...
Antwoord / uitwerking:
Gegeven is de formule: \[ h=0{,}09a^2-1{,}2a+4{,}35 \] Hierin is \(h\) de hoogte in meters en \(a\) de afstand vanaf de linkerkant in meters.
a.
Aan de linkerkant van de skatebaan is: \[ a=0 \] Vul \(a=0\) in: \[ h=0{,}09\cdot0^2-1{,}2\cdot0+4{,}35 \] \[ h=4{,}35 \] Dus de skatebaan begint op een hoogte van: \[ \boxed{4{,}35\text{ m}} \]
b.
De grafiek is een dalparabool. We zoeken daarom de kleinste waarde van \(h\).
Bij \(a=6{,}6\): \[ h=0{,}09\cdot6{,}6^2-1{,}2\cdot6{,}6+4{,}35 \] \[ h=0{,}3504 \] Bij \(a=6{,}7\): \[ h=0{,}09\cdot6{,}7^2-1{,}2\cdot6{,}7+4{,}35 \] \[ h=0{,}3501 \] Bij \(a=6{,}8\): \[ h=0{,}09\cdot6{,}8^2-1{,}2\cdot6{,}8+4{,}35 \] \[ h=0{,}3516 \] De kleinste uitkomst hoort bij \(a=6{,}7\).
De skatebaan is dus het laagst op: \[ \boxed{6{,}7\text{ m vanaf de linkerkant}} \]
c.
Bij \(a=6{,}7\) hebben we berekend: \[ h=0{,}3501 \] Afronden op twee decimalen geeft: \[ \boxed{0{,}35\text{ m}} \] De skatebaan is daar dus \(0{,}35\) m hoog.
Tip:
Tip 1. Bij de linkerkant van de skatebaan is de afstand \(a=0\). Vul daarom voor onderdeel a \(a=0\) in de formule in.
Tip 2. De grafiek is een dalparabool. Het laagste punt is de top van de parabool.
Tip 3. Zoek voor onderdeel b het minimum door waarden van \(a\) rond het laagste punt uit te proberen.
Tip 4. Vergelijk de hoogtes bij \(a=6{,}6\), \(a=6{,}7\) en \(a=6{,}8\). De kleinste uitkomst hoort bij het laagste punt.
Tip 5. Gebruik bij onderdeel c de gevonden waarde van \(a\) om de hoogte van de skatebaan te bepalen.
Examentip. Let goed op de gevraagde afronding: bij b op één decimaal en bij c op twee decimalen.
Tip 1. Bij de linkerkant van de skatebaan is de afstand \(a=0\). Vul daarom voor onderdeel a \(a=0\) in de formule in.
Tip 2. De grafiek is een dalparabool. Het laagste punt is de top van de parabool.
Tip 3. Zoek voor onderdeel b het minimum door waarden van \(a\) rond het laagste punt uit te proberen.
Tip 4. Vergelijk de hoogtes bij \(a=6{,}6\), \(a=6{,}7\) en \(a=6{,}8\). De kleinste uitkomst hoort bij het laagste punt.
Tip 5. Gebruik bij onderdeel c de gevonden waarde van \(a\) om de hoogte van de skatebaan te bepalen.
Examentip. Let goed op de gevraagde afronding: bij b op één decimaal en bij c op twee decimalen.
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §2.D D-toets opgave 2 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda