Wiskunde.netLogo Wiskunde


Uitwerking §4.D D-toets: opgave 1

Boek: Getal & Ruimte - Formules en vergelijkingen VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024

Video / Tekstuele uitwerking...


Antwoord / uitwerking:

De formule is: \[ B=\frac{3000}{a} \] Hierbij is \(B\) het bedrag per medewerker en \(a\) het aantal medewerkers.

a.
Bij 0 medewerkers zou je krijgen: \[ B=\frac{3000}{0} \] Delen door 0 kan niet.

Dus de formule heeft geen betekenis voor 0 medewerkers.

b.
Voor 50 medewerkers: \[ B=\frac{3000}{50}=60 \] Voor 100 medewerkers: \[ B=\frac{3000}{100}=30 \] Voor 150 medewerkers: \[ B=\frac{3000}{150}=20 \] Voor 200 medewerkers: \[ B=\frac{3000}{200}=15 \] Voor 300 medewerkers: \[ B=\frac{3000}{300}=10 \]
a (medewerkers) 50 100 150 200 300
B (€) 60 30 20 15 10
c.
De punten uit de tabel worden in het assenstelsel gezet.
Daarna tekenen we een vloeiende kromme door de punten.

e.
De kosten mogen niet meer dan € 30 per medewerker zijn.
Bij 100 medewerkers zijn de kosten precies € 30 per medewerker.

Er zijn maximaal 200 medewerkers.
Daarom hoort bij onderdeel e het gedeelte van de grafiek van 100 tot en met 200 medewerkers.

In de grafiek hieronder is dit gedeelte zwart gemaakt.

FOODTRUCK 0 10 20 30 40 50 60 0 50 100 150 200 250 300 B (€) a (medewerkers)
d.
Als het aantal medewerkers vier keer zo groot wordt, wordt het bedrag per medewerker vier keer zo klein.

Bijvoorbeeld:
50 medewerkers kost € 60 per medewerker.
200 medewerkers kost € 15 per medewerker.

En: \[ 60:4=15 \] Dus het bedrag per medewerker wordt vier keer zo klein.

e.
Bij 100 medewerkers is het bedrag: \[ B=\frac{3000}{100}=30 \] Bij 200 medewerkers is het bedrag: \[ B=\frac{3000}{200}=15 \] Het bedrijf heeft maximaal 200 medewerkers.

Het gedeelte dat voldoet loopt daarom van 100 tot en met 200 medewerkers.
Dit is in de grafiek zwart aangegeven.
Tip:
Wat moet je herkennen?
De formule \(B=\frac{3000}{a}\) is een omgekeerd evenredig verband. Als het aantal medewerkers groter wordt, wordt het bedrag per medewerker kleiner.

Veelgemaakte fout
Bij een omgekeerd evenredig verband hoort geen rechte lijn. De grafiek is een kromme. Let bij onderdeel e ook op beide voorwaarden: maximaal 200 medewerkers en maximaal € 30 per medewerker.

Tip 1. Bij \(a=0\) zou je door 0 moeten delen. Dat kan niet.
Tip 2. Vul voor de tabel steeds het aantal medewerkers in voor \(a\) in de formule \(B=\frac{3000}{a}\).
Tip 3. Zet de punten uit de tabel in het assenstelsel en teken een vloeiende kromme door de punten.
Tip 4. Wordt het aantal medewerkers vier keer zo groot? Dan wordt het bedrag per medewerker vier keer zo klein.
Tip 5. Bij onderdeel e moet het bedrag maximaal € 30 zijn en zijn er maximaal 200 medewerkers. Het gevraagde deel loopt daarom van 100 tot en met 200 medewerkers.
Examentip. Bij een omgekeerd evenredig verband geldt: wordt de ene grootheid een aantal keer zo groot, dan wordt de andere grootheid hetzelfde aantal keer zo klein.

Heb je een vraag of opmerking over deze uitwerking?
Laat ons weten wat je van deze uitwerking en Wiskunde.net vindt. Ben je tevreden? We horen het graag! Klik hier om je opmerking te plaatsen...
   
Opgave 1
Opgave 2
Opgave 3
Opgave 4
Opgave 5
Opgave 6
Opgave 7
Opgave 8

Andere paragrafen:
4.1. Omgekeerd evenredig (1 t/m 10)
4.2. Stippengrafiek en trapgrafiek (11 t/m 22)
4.3. Formules en tijd (23 t/m 36)
4.4. Formules bij hetzelfde verband (37 t/m 45)
4.5. Vergelijkingen oplossen (46 t/m 65)
4.6. Trainen op examenniveau (66 t/m 74)
4.D. D-toets (1 t/m 8)



Geef je mening aan ons:
Review
Tevreden? Laat het ons weten!
Schrijf een review...
Jurgen de Bont Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda   
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!   

Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde. Hierboven vind je de video-uitleg van §4.D D-toets opgave 1 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video. Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
Succes verzekerd!

Met wiskundige groet,
Jurgen de Bont & Martijn Claassen & Bob Pruiksma, docenten Wiskunde onder- en bovenbouw