Uitwerking §2.3 Data analyseren: opgave 24
Boek: Getal & Ruimte - De statistische cyclus HAVO 4 (deel 1) 13e editie, 2023Video / Tekstuele uitwerking...
We hebben op dit moment (nog) geen video van deze opgave. Daarom hieronder nu even het antwoord om je toch op weg te helpen!
Antwoord / uitwerking:
a.
De antwoordmogelijkheden lopen van helemaal mee oneens tot helemaal mee eens.
Deze categorieën hebben een duidelijke volgorde.
Er is daarom sprake van een ordinaal meetniveau.
b.
De modus is de waarde die het vaakst voorkomt.
Uit de figuur blijkt dat helemaal mee oneens met een frequentie van \(112\) het vaakst voorkomt.
Dus: \[ \boxed{\text{modus = helemaal mee oneens}} \] c.
Eerst berekenen we het totale aantal ondervraagde personen: \[ 112 + 36 + 69 + 98 + 85 = 400 \] De relatieve frequentie van helemaal mee oneens is: \[ \frac{112}{400} \cdot 100\% = 28\% \] De relatieve frequentie van mee oneens is: \[ \frac{36}{400} \cdot 100\% = 9\% \] Dus: \[ \boxed{28\% \text{ en } 9\%} \] d.
Positief antwoorden betekent mee eens of helemaal mee eens.
Het aantal positieve antwoorden is: \[ 98 + 85 = 183 \] Het bijbehorende percentage is: \[ \frac{183}{400} \cdot 100\% = 45{,}75\% \] Afgerond op één decimaal: \[ \boxed{45{,}8\%} \] e.
De modus is helemaal mee oneens, omdat deze afzonderlijke categorie met \(112\) antwoorden het vaakst voorkomt.
Toch hebben in totaal meer mensen positief geantwoord dan negatief.
Het aantal positieve antwoorden is: \[ 98 + 85 = 183 \] Het aantal negatieve antwoorden is: \[ 112 + 36 = 148 \] Omdat \(183 > 148\), zijn er meer mensen die het eens zijn met de stelling dan mensen die het oneens zijn.
De modus helemaal mee oneens geeft daarom geen goed beeld van de totale verdeling van de antwoorden.
Tip:
Tip 1. Bij een ordinale variabele hebben de categorieën een logische volgorde.
Tip 2. De modus is de antwoordcategorie met de hoogste frequentie.
Tip 3. Bereken een relatieve frequentie met \(\frac{\text{frequentie}}{\text{totale frequentie}} \cdot 100\%\).
Tip 4. Tel voor het totale aantal respondenten eerst alle frequenties uit de figuur bij elkaar op.
Tip 5. Voor het percentage positieve antwoorden tel je mee eens en helemaal mee eens bij elkaar op.
Tip 6. Kijk bij e. niet alleen naar de grootste afzonderlijke categorie, maar vergelijk ook het totale aantal positieve en negatieve antwoorden.
Tip 1. Bij een ordinale variabele hebben de categorieën een logische volgorde.
Tip 2. De modus is de antwoordcategorie met de hoogste frequentie.
Tip 3. Bereken een relatieve frequentie met \(\frac{\text{frequentie}}{\text{totale frequentie}} \cdot 100\%\).
Tip 4. Tel voor het totale aantal respondenten eerst alle frequenties uit de figuur bij elkaar op.
Tip 5. Voor het percentage positieve antwoorden tel je mee eens en helemaal mee eens bij elkaar op.
Tip 6. Kijk bij e. niet alleen naar de grootste afzonderlijke categorie, maar vergelijk ook het totale aantal positieve en negatieve antwoorden.
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §2.3 Data analyseren opgave 24 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda