Uitwerking §2.4 Kwartielen en spreiding: opgave 40
Boek: Getal & Ruimte - De statistische cyclus HAVO 4 (deel 1) 13e editie, 2023Video / Tekstuele uitwerking...
We hebben op dit moment (nog) geen video van deze opgave. Daarom hieronder nu even het antwoord om je toch op weg te helpen!
Antwoord / uitwerking:
a.
De variabele is het aantal omgegooide pins per beurt.
Er kunnen alleen gehele aantallen pins worden omgegooid, bijvoorbeeld \(5\), \(6\) of \(7\). Een waarde zoals \(6{,}5\) pins is niet mogelijk.
Daarom is de variabele discreet.
b.
Er is hier geen klassenindeling.
Iedere mogelijke waarde van het aantal pins, van \(0\) tot en met \(10\), staat afzonderlijk op de horizontale as.
Er zijn dus geen verschillende waarden samengevoegd tot klassen.
\[ \boxed{\text{Er is geen klassenindeling.}} \] c.
Bij een cumulatieve frequentie geeft de laatste waarde het totale aantal waarnemingen.
Bij \(10\) pins is de cumulatieve frequentie \(58\).
Er zijn dus: \[ \boxed{58\text{ beurten}} \] geweest.
d.
Bij \(6\) pins lezen we een cumulatieve frequentie van \(34\) af.
Dat betekent dat er \(34\) beurten waren waarin \(6\) pins of minder werden omgegooid.
In totaal waren er \(58\) beurten.
Het aantal beurten met meer dan \(6\) omgegooide pins is daarom: \[ 58-34=24 \] Dus: \[ \boxed{24\text{ keer}} \] zijn er meer dan \(6\) pins omgegooid.
e.
Bij \(9\) pins is de cumulatieve frequentie \(54\).
Bij \(10\) pins is de cumulatieve frequentie \(58\).
Het aantal beurten waarin precies \(10\) pins zijn omgegooid is dus: \[ 58-54=4 \] De relatieve frequentie is: \[ \frac{4}{58}\cdot100\% \approx6{,}9\% \] Dus: \[ \boxed{6{,}9\%} \] van de beurten werden alle \(10\) pins omgegooid.
f.
Om de modus te vinden, kijken we bij welke waarde de cumulatieve frequentie het sterkst toeneemt.
Van \(5\) naar \(6\) pins stijgt de cumulatieve frequentie van \(24\) naar \(34\): \[ 34-24=10 \] Dus \(6\) pins komt \(10\) keer voor.
Dat is de grootste frequentie.
De modus is daarom: \[ \boxed{6\text{ pins}} \]
Tip:
Tip 1. Een discrete variabele kan alleen afzonderlijke waarden aannemen. Een half omgegooide pin is niet mogelijk.
Tip 2. Bij een cumulatieve frequentiegrafiek geeft de laatste cumulatieve frequentie het totale aantal waarnemingen.
Tip 3. De cumulatieve frequentie bij \(6\) pins geeft aan hoe vaak \(6\) pins of minder zijn omgegooid.
Tip 4. Voor meer dan \(6\) trek je de cumulatieve frequentie bij \(6\) af van het totaal.
Tip 5. De frequentie van precies \(10\) pins vind je met \(58-54\).
Tip 6. Bereken een relatieve frequentie met \(\frac{\text{frequentie}}{\text{totale frequentie}}\cdot100\%\).
Tip 7. De modus hoort bij de grootste stijging van de cumulatieve frequentie.
Tip 1. Een discrete variabele kan alleen afzonderlijke waarden aannemen. Een half omgegooide pin is niet mogelijk.
Tip 2. Bij een cumulatieve frequentiegrafiek geeft de laatste cumulatieve frequentie het totale aantal waarnemingen.
Tip 3. De cumulatieve frequentie bij \(6\) pins geeft aan hoe vaak \(6\) pins of minder zijn omgegooid.
Tip 4. Voor meer dan \(6\) trek je de cumulatieve frequentie bij \(6\) af van het totaal.
Tip 5. De frequentie van precies \(10\) pins vind je met \(58-54\).
Tip 6. Bereken een relatieve frequentie met \(\frac{\text{frequentie}}{\text{totale frequentie}}\cdot100\%\).
Tip 7. De modus hoort bij de grootste stijging van de cumulatieve frequentie.
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §2.4 Kwartielen en spreiding opgave 40 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda