Uitwerking §2.6 Exponentiële groei: opgave 70
Boek: Getal & Ruimte - Verbanden VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024Lid worden van wiskunde.net
Wil je deze volledige uitwerking bekijken? Dan heb je een account nodig op Wiskunde.net.
Meld je eenvoudig aan en krijg direct toegang tot alle stappen en uitleg.
Klik op Aanmelden om verder te gaan.
Wiskunde.net-team
Tip:
Tip 1. Het begingetal is het bedrag waarmee je begint. Hier is dat € 500.
Tip 2. Bij \(4\%\) rente neemt het bedrag ieder jaar toe. De groeifactor is daarom groter dan \(1\).
Tip 3. Bij een toename van \(4\%\) hoort \(100\%+4\%=104\%\), dus groeifactor \(1{,}04\).
Tip 4. Gebruik bij exponentiële groei: \(\text{aantal}=\text{begingetal}\cdot\text{groeifactor}^{\text{tijd}}\).
Examentip. Bij jaarlijkse rente is de tijd het aantal jaren. Na \(8\) jaar gebruik je dus exponent \(8\).
Tip 1. Het begingetal is het bedrag waarmee je begint. Hier is dat € 500.
Tip 2. Bij \(4\%\) rente neemt het bedrag ieder jaar toe. De groeifactor is daarom groter dan \(1\).
Tip 3. Bij een toename van \(4\%\) hoort \(100\%+4\%=104\%\), dus groeifactor \(1{,}04\).
Tip 4. Gebruik bij exponentiële groei: \(\text{aantal}=\text{begingetal}\cdot\text{groeifactor}^{\text{tijd}}\).
Examentip. Bij jaarlijkse rente is de tijd het aantal jaren. Na \(8\) jaar gebruik je dus exponent \(8\).
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §2.6 Exponentiële groei opgave 70 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda