Uitwerking §3.3 Hoeken berekenen met goniometrie: opgave 28
Boek: Getal & Ruimte - Drie dimensies, afstanden en hoeken VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024Video / Tekstuele uitwerking...
Antwoord / uitwerking:
De rechte hoek ligt bij \(Q\). Bekeken vanuit hoek \(P\) geldt:
- de overstaande zijde is \(RQ=2{,}4\) cm;
- de aanliggende zijde is \(PQ=1{,}3\) cm.
Daarom gebruik je de tangens: \[ \tan(P)=\frac{\text{overstaande zijde}} {\text{aanliggende zijde}} \] \[ \tan(P)=\frac{2{,}4}{1{,}3} \] Gebruik \(\tan^{-1}\) om de hoek te berekenen: \[ P=\tan^{-1}\left(\frac{2{,}4}{1{,}3}\right) \] \[ P\approx61{,}56^\circ \] Afgerond op een hele graad: \[ \boxed{P\approx62^\circ} \]
b. Bereken hoek \(A\) in driehoek \(ABC\)
De rechte hoek ligt bij \(B\). De zijde tegenover de rechte hoek is \(AC\). Dit is de schuine zijde.
Bekeken vanuit hoek \(A\) geldt:
- de overstaande zijde is \(BC=35\) m;
- de schuine zijde is \(AC=180\) m.
Daarom gebruik je de sinus: \[ \sin(A)=\frac{\text{overstaande zijde}} {\text{schuine zijde}} \] \[ \sin(A)=\frac{35}{180} \] Gebruik \(\sin^{-1}\) om de hoek te berekenen: \[ A=\sin^{-1}\left(\frac{35}{180}\right) \] \[ A\approx11{,}21^\circ \] Afgerond op een hele graad: \[ \boxed{A\approx11^\circ} \]
c. Bereken hoek \(K\) in driehoek \(KLM\)
De rechte hoek ligt bij \(M\). De zijde tegenover de rechte hoek is \(KL\). Dit is de schuine zijde.
Bekeken vanuit hoek \(K\) geldt:
- de aanliggende zijde is \(KM=11\) mm;
- de schuine zijde is \(KL=31\) mm.
Daarom gebruik je de cosinus: \[ \cos(K)=\frac{\text{aanliggende zijde}} {\text{schuine zijde}} \] \[ \cos(K)=\frac{11}{31} \] Gebruik \(\cos^{-1}\) om de hoek te berekenen: \[ K=\cos^{-1}\left(\frac{11}{31}\right) \] \[ K\approx69{,}23^\circ \] Afgerond op een hele graad: \[ \boxed{K\approx69^\circ} \]
Tip:
Tip 1. Bepaal bij elke driehoek eerst de schuine zijde. Deze ligt tegenover de rechte hoek.
Tip 2. Gebruik bij a de tangens: overstaande zijde / aanliggende zijde (TOA). Gebruik daarna \(\tan^{-1}\).
Tip 3. Gebruik bij b de sinus: overstaande zijde / schuine zijde (SOS). Gebruik daarna \(\sin^{-1}\).
Tip 4. Gebruik bij c de cosinus: aanliggende zijde / schuine zijde (CAS). Gebruik daarna \(\cos^{-1}\).
Tip 5. Rond de berekende hoeken af op hele graden.
Examentip. Controleer bij het berekenen van een hoek of je rekenmachine op graden (DEG) staat.
Tip 1. Bepaal bij elke driehoek eerst de schuine zijde. Deze ligt tegenover de rechte hoek.
Tip 2. Gebruik bij a de tangens: overstaande zijde / aanliggende zijde (TOA). Gebruik daarna \(\tan^{-1}\).
Tip 3. Gebruik bij b de sinus: overstaande zijde / schuine zijde (SOS). Gebruik daarna \(\sin^{-1}\).
Tip 4. Gebruik bij c de cosinus: aanliggende zijde / schuine zijde (CAS). Gebruik daarna \(\cos^{-1}\).
Tip 5. Rond de berekende hoeken af op hele graden.
Examentip. Controleer bij het berekenen van een hoek of je rekenmachine op graden (DEG) staat.
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §3.3 Hoeken berekenen met goniometrie opgave 28 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda