Wiskunde.netLogo Wiskunde


Uitwerking §9.3 Exponentiële en lineaire groei: opgave 34

Boek: Getal & Ruimte - Exponentiële verbanden HAVO 5 (deel 3) 13e editie, 2026

Video / Tekstuele uitwerking...


Antwoord / uitwerking:

a.
Bij lineaire groei gebruiken we een formule van de vorm: \[ N=a\cdot t+b \] Uit de tabel lezen we de punten \((5,18)\) en \((9,35)\) af.
De toename van \(N\) is: \[ \Delta N=35-18=17 \] De toename van \(t\) is: \[ \Delta t=9-5=4 \] De stijging per tijdseenheid is dus: \[ a=\frac{\Delta N}{\Delta t} =\frac{17}{4} =4{,}25 \] De formule heeft nu de vorm: \[ N=4{,}25t+b \] Gebruik het punt \((5,18)\): \[ 18=4{,}25\cdot5+b \] Dus: \[ 18=21{,}25+b \] Daaruit volgt: \[ b=18-21{,}25=-3{,}25 \] De formule is: \[ \boxed{N=4{,}25t-3{,}25} \]
b.
Bij exponentiële groei gebruiken we een formule van de vorm: \[ N=b\cdot g^t \] Van \(t=5\) tot \(t=9\) zitten \(4\) tijdseenheden.
In die periode verandert \(N\) van \(18\) naar \(35\).
Daarom geldt: \[ g^4=\frac{35}{18} \] Dus: \[ g=\left(\frac{35}{18}\right)^{\frac{1}{4}} \] \[ g\approx1{,}1808 \] De formule heeft nu de vorm: \[ N=b\cdot1{,}1808^t \] Gebruik \(t=5\) en \(N=18\): \[ 18=b\cdot1{,}1808^5 \] Dus: \[ b=\frac{18}{1{,}1808^5} \] \[ b\approx7{,}84 \] De beginhoeveelheid moet op gehelen worden afgerond: \[ b\approx8 \] Met de groeifactor afgerond op drie decimalen wordt de formule: \[ \boxed{N=8\cdot1{,}181^t} \]
c.
Bij lineaire toename komt er per tijdseenheid steeds hetzelfde aantal bij.
Er is dus sprake van een: \[ \boxed{\text{constante stijging}} \] Bij exponentiële toename wordt de hoeveelheid steeds met dezelfde groeifactor vermenigvuldigd.
Daardoor wordt de stijging steeds groter.
Er is dus sprake van een: \[ \boxed{\text{toenemende stijging}} \]
Tip:
Tip 1. Bij lineaire groei gebruik je een formule van de vorm \(N=a\cdot t+b\).
Tip 2. Bereken de constante stijging met \(a=\frac{\Delta N}{\Delta t}\).
Tip 3. Vul daarna een punt uit de tabel in om \(b\) te berekenen.
Tip 4. Bij exponentiële groei gebruik je \(N=b\cdot g^t\).
Tip 5. Van \(t=5\) tot \(t=9\) zijn \(4\) tijdseenheden. Daarom geldt \(g^4=\frac{35}{18}\).
Tip 6. Gebruik daarna bijvoorbeeld \(t=5\) en \(N=18\) om de beginhoeveelheid \(b\) te berekenen.
Tip 7. Bij lineaire groei is de stijging constant. Bij exponentiële groei met \(g>1\) wordt de stijging steeds groter.

Heb je een vraag of opmerking over deze uitwerking?
Laat ons weten wat je van deze uitwerking en Wiskunde.net vindt. Ben je tevreden? We horen het graag! Klik hier om je opmerking te plaatsen...
   
Opgave 33
Opgave 34
Opgave 35
Opgave 36
Opgave 37
Opgave 38
Opgave 39
Opgave 40
Opgave 41
Opgave 42
Opgave 43
Opgave 44
Opgave 45
Opgave 46
Opgave 47
Opgave 48
Opgave 49
Opgave 50
Opgave 51
Opgave C5 blz. 39
Opgave C6 blz. 39
Opgave C7 blz. 39

Lineaire en exponentiële verbanden Lineaire en exponentiële groei nagaan Logaritmische schaalverdeling Grafieken op logaritmisch papier
×

Groen uitlegblok per bladzijde:
Blz 26: Lineaire en exponentiële verbanden (13:05)
Blz 30: Lineaire en exponentiële groei nagaan (03:35)
Blz 33: Logaritmische schaalverdeling (11:53)
Blz 35: Grafieken op logaritmisch papier (09:19)

Andere paragrafen:
9.1. Exponentiële groei (1 t/m 18)
9.2. Formules bij exponentiële groei (19 t/m 32)
9.3. Exponentiële en lineaire groei (33 t/m 51)
9.4. Herleiden en redeneren (52 t/m 66)
9.K. Kennis- en vaardighedentest (1 t/m 12)



Geef je mening aan ons:
Review
Tevreden? Laat het ons weten!
Schrijf een review...
Jurgen de Bont Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda   
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!   

Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde. Hierboven vind je de video-uitleg van §9.3 Exponentiële en lineaire groei opgave 34 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video. Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
Succes verzekerd!

Met wiskundige groet,
Jurgen de Bont & Martijn Claassen & Bob Pruiksma, docenten Wiskunde onder- en bovenbouw