Wiskunde.netLogo Wiskunde


Uitwerking §2.1 Schaal en schaallijn: opgave 1

Boek: Getal & Ruimte - Meetkunde VMBO 3 (deel 1) 13e editie, 2024

Video / Tekstuele uitwerking...


Antwoord / uitwerking:

a.
Marnix loopt 5 km in 1 uur.

Hij loopt 3 uur, dus: \[ 3\cdot5=15 \] Marnix loopt in 3 uur: \[ \boxed{15\text{ km}} \] b.
Sandra fietst 15 km in 1 uur.

Ze wil 30 km fietsen.
We berekenen hoeveel keer 15 km in 30 km past: \[ 30:15=2 \] Sandra doet over 30 km: \[ \boxed{2\text{ uur}} \]
Tip:
Wat moet je herkennen?
Je krijgt steeds de afstand die iemand in 1 uur aflegt. Daarmee kun je uitrekenen hoeveel kilometer iemand in meer uren aflegt of hoeveel uur iemand nodig heeft.

Veelgemaakte fout
Kijk goed of je moet vermenigvuldigen of delen. Wil je weten hoeveel kilometer iemand in meer uren aflegt? Dan vermenigvuldig je. Wil je weten hoeveel uur iemand nodig heeft? Dan deel je.

Tip 1. Marnix loopt 5 km in 1 uur.
Tip 2. Voor 3 uur doe je \(3\cdot5\).
Tip 3. Sandra fietst 15 km in 1 uur.
Tip 4. Ze moet in totaal 30 km fietsen.
Tip 5. Bereken hoeveel keer 15 km in 30 km past.
Examentip. Schrijf bij je antwoord altijd de juiste eenheid, bijvoorbeeld km of uur.

Heb je een vraag of opmerking over deze uitwerking?
Laat ons weten wat je van deze uitwerking en Wiskunde.net vindt. Ben je tevreden? We horen het graag! Klik hier om je opmerking te plaatsen...
   
Opgave 1
Opgave 2
Opgave 3
Opgave 4
Opgave 5
Opgave 6
Opgave 7
Opgave 8
Opgave 9
Opgave 10
Opgave 11
Opgave 12
Opgave 13
Opgave 14
Opgave 15
Opgave 16
Opgave L1 blz. 60
Opgave L2 blz. 60

Schaal Schaallijn
×

Groen uitlegblok per bladzijde:
Blz 53: Schaal (08:26)
Blz 57: Schaallijn (05:14)

Andere paragrafen:
2.1. Schaal en schaallijn (1 t/m 16)
2.2. Koershoek (17 t/m 28)
2.3. Hoogtelijnen (29 t/m 43)
2.4. Doorsnede en lichaamsdiagonaal (44 t/m 59)
2.5. Aanzichten (60 t/m 70)
2.6. Hoeken (71 t/m 79)
2.7. Trainen op examenniveau (80 t/m 82)
2.D. D-toets (1 t/m 11)


Leerdoelen paragraaf: Schaal en schaallijn:
1. Ik kan een schaal lezen en begrijpen wat bijvoorbeeld 1 : 250 000 betekent.
2. Ik kan een afstand op een kaart omrekenen naar de echte afstand.
3. Ik kan met een schaallijn bepalen hoeveel kilometer een afstand in het echt is.
4. Ik kan zelf een schaallijn tekenen bij een gegeven schaal.
5. Ik kan een afstand in cm, m en km naar de juiste eenheid omrekenen.
6. Ik kan de afstand over de weg schatten met de afstand hemelsbreed.
7. Ik kan met afstand en snelheid berekenen hoelang lopen, fietsen of autorijden duurt.


Geef je mening aan ons:
Review
Tevreden? Laat het ons weten!
Schrijf een review...
Jurgen de Bont Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda   
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!   

Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde. Hierboven vind je de video-uitleg van §2.1 Schaal en schaallijn opgave 1 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video. Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
Succes verzekerd!

Met wiskundige groet,
Jurgen de Bont & Martijn Claassen & Bob Pruiksma, docenten Wiskunde onder- en bovenbouw