Uitwerking §2.5 Exponentieel verband: opgave 40
Boek: Getal & Ruimte - Verbanden VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024Video / Tekstuele uitwerking...
Antwoord / uitwerking:
Gegeven is de formule: \[ \text{aantal}=20\cdot1{,}4^t \] Hierin is \(t\) de tijd in weken.
a.
De groeifactor is \(1{,}4\).
Zet de groeifactor om naar een percentage: \[ 1{,}4\cdot100\%=140\% \] De toename is: \[ 140\%-100\%=40\% \] Dus het aantal insecten neemt iedere week toe met: \[ \boxed{40\%} \]
b.
Na \(3\) weken is \(t=3\).
Vul \(t=3\) in: \[ \text{aantal}=20\cdot1{,}4^3 \] \[ \text{aantal}=54{,}88 \] Het aantal insecten wordt afgerond op een heel aantal: \[ 54{,}88\approx55 \] Dus na \(3\) weken zijn er ongeveer: \[ \boxed{55\text{ insecten}} \]
c.
We zoeken na hoeveel weken er voor het eerst meer dan \(100\) insecten zijn.
Na \(4\) weken: \[ \text{aantal}=20\cdot1{,}4^4 \] \[ \text{aantal}=76{,}832 \] Dit is nog minder dan \(100\).
Na \(5\) weken: \[ \text{aantal}=20\cdot1{,}4^5 \] \[ \text{aantal}=107{,}5648 \] Dit is meer dan \(100\).
Dus: \[ \boxed{5\text{ weken}} \] Na \(5\) weken zijn er voor het eerst meer dan \(100\) insecten.
d.
We zoeken nu na hoeveel weken er voor het eerst meer dan \(300\) insecten zijn.
Probeer \(t=8\): \[ \text{aantal}=20\cdot1{,}4^8 \] \[ \text{aantal}\approx295{,}16 \] Dit is nog minder dan \(300\).
Probeer vervolgens \(t=9\): \[ \text{aantal}=20\cdot1{,}4^9 \] \[ \text{aantal}\approx413{,}22 \] Dit is meer dan \(300\).
Dus: \[ \boxed{9\text{ weken}} \] Na \(9\) weken zijn er voor het eerst meer dan \(300\) insecten.
Tip:
Tip 1. In de formule \(\text{aantal}=20\cdot1{,}4^t\) is \(20\) het beginaantal en \(1{,}4\) de groeifactor.
Tip 2. Een groeifactor van \(1{,}4\) betekent dat het aantal iedere week met \(40\%\) toeneemt.
Tip 3. Wil je weten hoeveel insecten er na een aantal weken zijn, vul dan het aantal weken in voor \(t\).
Tip 4. Bij "voor het eerst meer dan" moet je twee opeenvolgende weken controleren: de ene uitkomst moet nog te klein zijn en de volgende groter dan de gegeven grens.
Examentip. Rond bij "voor het eerst meer dan" niet te vroeg af. Vergelijk eerst de berekende waarden met de grens.
Tip 1. In de formule \(\text{aantal}=20\cdot1{,}4^t\) is \(20\) het beginaantal en \(1{,}4\) de groeifactor.
Tip 2. Een groeifactor van \(1{,}4\) betekent dat het aantal iedere week met \(40\%\) toeneemt.
Tip 3. Wil je weten hoeveel insecten er na een aantal weken zijn, vul dan het aantal weken in voor \(t\).
Tip 4. Bij "voor het eerst meer dan" moet je twee opeenvolgende weken controleren: de ene uitkomst moet nog te klein zijn en de volgende groter dan de gegeven grens.
Examentip. Rond bij "voor het eerst meer dan" niet te vroeg af. Vergelijk eerst de berekende waarden met de grens.
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §2.5 Exponentieel verband opgave 40 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda