Uitwerking §9.1 Exponentiële groei: opgave 1
Boek: Getal & Ruimte - Exponentiële verbanden HAVO 5 (deel 3) 13e editie, 2026Video / Tekstuele uitwerking...
Antwoord / uitwerking:
Bij alle vier de formules is de beginwaarde \(20\). Daarom gaan alle grafieken door het punt \((0,20)\).
We kijken vervolgens naar de groeifactor.
Formule I
\[ N = 20 \cdot 1{,}2^t \] De groeifactor is \(1{,}2\). Omdat \(1{,}2 > 1\), is er sprake van exponentiële groei.
Deze formule groeit van de twee stijgende formules het snelst.
Daarom hoort formule I bij de steil stijgende grafiek C.
Formule II
\[ N = 20 \cdot 1{,}1^t \] De groeifactor is \(1{,}1\). Ook deze is groter dan \(1\), dus de grafiek stijgt.
De groeifactor is kleiner dan bij formule I, dus de stijging gaat langzamer.
Daarom hoort formule II bij grafiek A.
Formule III
\[ N = 20 \cdot 0{,}8^t \] De groeifactor is \(0{,}8\). Omdat \(0 < 0{,}8 < 1\), is er sprake van exponentiële afname.
Bij elke stap blijft \(80\%\) van de vorige waarde over. Deze grafiek daalt dus relatief snel.
Daarom hoort formule III bij grafiek B.
Formule IV
\[ N = 20 \cdot 0{,}9^t \] De groeifactor is \(0{,}9\). Ook deze ligt tussen \(0\) en \(1\), dus de grafiek daalt.
Bij elke stap blijft \(90\%\) van de vorige waarde over. Deze grafiek daalt minder snel dan bij formule III.
Daarom hoort formule IV bij grafiek D.
Dus: \[ \boxed{\text{I} \rightarrow \text{C},\quad \text{II} \rightarrow \text{A},\quad \text{III} \rightarrow \text{B},\quad \text{IV} \rightarrow \text{D}} \]
Tip:
Tip 1. Kijk eerst naar de beginwaarde. Bij \(t=0\) geldt \(N=20\), dus alle grafieken beginnen bij \(20\).
Tip 2. Is de groeifactor groter dan \(1\)? Dan stijgt de grafiek.
Tip 3. Ligt de groeifactor tussen \(0\) en \(1\)? Dan daalt de grafiek.
Tip 4. Bij stijgende grafieken geldt: hoe groter de groeifactor, hoe sneller de grafiek stijgt.
Tip 5. Bij dalende grafieken daalt \(0{,}8^t\) sneller dan \(0{,}9^t\).
Tip 1. Kijk eerst naar de beginwaarde. Bij \(t=0\) geldt \(N=20\), dus alle grafieken beginnen bij \(20\).
Tip 2. Is de groeifactor groter dan \(1\)? Dan stijgt de grafiek.
Tip 3. Ligt de groeifactor tussen \(0\) en \(1\)? Dan daalt de grafiek.
Tip 4. Bij stijgende grafieken geldt: hoe groter de groeifactor, hoe sneller de grafiek stijgt.
Tip 5. Bij dalende grafieken daalt \(0{,}8^t\) sneller dan \(0{,}9^t\).
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §9.1 Exponentiële groei opgave 1 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda