Wiskunde.netLogo Wiskunde


Uitwerking §3.2 Hoeken in vlakke figuren: opgave 11

Boek: Getal & Ruimte - Drie dimensies, afstanden en hoeken VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024

Video / Tekstuele uitwerking...


Antwoord / uitwerking:

a.
De hoeken van een driehoek zijn samen:
\[ \boxed{180^\circ} \] b.
Kijk naar driehoek \(ADC\).
Daarin geldt \(\angle A=43^\circ\) en \(\angle D=103^\circ\).
De drie hoeken zijn samen \(180^\circ\).
\[ \angle C_1=180^\circ-43^\circ-103^\circ \] \[ \angle C_1=34^\circ \] Dus:
\[ \boxed{\angle C_1=34^\circ} \] c.
Bij \(\angle C_1\) en \(\angle C_2\) staat hetzelfde hoekteken.
Daaraan kun je zien dat deze hoeken even groot zijn.
\[ \boxed{\angle C_1=\angle C_2} \] d.
Uit onderdeel b weten we:
\[ \angle C_1=34^\circ \] Omdat \(\angle C_1=\angle C_2\), geldt ook:
\[ \angle C_2=34^\circ \] Hoek \(C_{12}\) bestaat uit de hoeken \(C_1\) en \(C_2\).
\[ \angle C_{12}=\angle C_1+\angle C_2 \] \[ \angle C_{12}=34^\circ+34^\circ=68^\circ \] Dus:
\[ \boxed{\angle C_{12}=68^\circ} \]
Tip:
Tip 1. De hoeken van een driehoek zijn samen altijd \(180^\circ\).
Tip 2. Kijk bij b naar driehoek \(ADC\). Trek de twee bekende hoeken af van \(180^\circ\).
Tip 3. Hetzelfde hoekteken betekent dat de hoeken even groot zijn. Dus \(\angle C_1=\angle C_2\).
Tip 4. Hoek \(C_{12}\) bestaat uit \(\angle C_1\) en \(\angle C_2\). Tel deze twee hoeken bij elkaar op.
Examentip. Schrijf bij het berekenen van hoeken altijd het hoekteken \(\angle\) voor de naam van de hoek.

Heb je een vraag of opmerking over deze uitwerking?
Laat ons weten wat je van deze uitwerking en Wiskunde.net vindt. Ben je tevreden? We horen het graag! Klik hier om je opmerking te plaatsen...
   
Opgave 11
Opgave 12
Opgave 13
Opgave 14
Opgave 15
Opgave 16
Opgave 17
Opgave 18
Opgave 19
Opgave 20
Opgave 21
Opgave 22
Opgave 23
Opgave 24
Opgave 25
Opgave 26
Opgave L2 blz. 181

Hoeken berekenen
×

Groen uitlegblok per bladzijde:
Blz 174: Hoeken berekenen (07:38)

Andere paragrafen:
3.1. Tekenen in perspectief (1 t/m 10)
3.2. Hoeken in vlakke figuren (11 t/m 26)
3.3. Hoeken berekenen met goniometrie (27 t/m 38)
3.4. Zijden berekenen in een driehoek (39 t/m 48)
3.5. Coördinaten in de ruimte (49 t/m 61)
3.6. Berekeningen in de ruimte (62 t/m 77)
3.7. Trainen op examenniveau (1 t/m 8)
3.D. D-toets (1 t/m 10)


Leerdoelen paragraaf: Hoeken in vlakke figuren:
1. Je kunt de hoekensom van een driehoek gebruiken om onbekende hoeken te berekenen.
2. Je kunt rekenen met een gestrekte hoek van 180° en een rechte hoek van 90°.
3. Je kunt eigenschappen van gelijkzijdige en gelijkbenige driehoeken gebruiken om hoeken te berekenen.
4. Je kunt met overstaande hoeken en gelijke hoektekens bepalen welke hoeken even groot zijn.
5. Je kunt bij evenwijdige lijnen schuifsymmetrie gebruiken om gelijke hoeken te herkennen en te berekenen.
6. Je kunt de hoekensom van een vierhoek van 360° en eigenschappen van een parallellogram gebruiken.
7. Je kunt in een samengestelde figuur stap voor stap onbekende hoeken berekenen door driehoeken, vierhoeken, symmetrie en gegeven hoektekens te combineren.


Geef je mening aan ons:
Review
Tevreden? Laat het ons weten!
Schrijf een review...
Jurgen de Bont Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda   
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!   

Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde. Hierboven vind je de video-uitleg van §3.2 Hoeken in vlakke figuren opgave 11 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video. Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
Succes verzekerd!

Met wiskundige groet,
Jurgen de Bont & Martijn Claassen & Bob Pruiksma, docenten Wiskunde onder- en bovenbouw