Uitwerking §3.2 Hoeken in vlakke figuren: opgave 12
Boek: Getal & Ruimte - Drie dimensies, afstanden en hoeken VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024Video / Tekstuele uitwerking...
Antwoord / uitwerking:
a.
Kijk naar driehoek \(ABC\).
Gegeven is \(\angle A=32^\circ\) en \(\angle C=38^\circ\).
De hoeken van een driehoek zijn samen \(180^\circ\).
\[ \angle B=180^\circ-32^\circ-38^\circ \] \[ \boxed{\angle B=110^\circ} \] b.
Aan de gelijke pijltjes in de figuur zie je dat de lijnen \(DE\) en \(BC\) evenwijdig zijn.
\[ \boxed{DE\parallel BC} \] c.
Omdat \(DE\parallel BC\), kun je schuifsymmetrie gebruiken.
Daardoor zijn \(\angle D_1\) en \(\angle C\) even groot.
\[ \angle D_1=\angle C=38^\circ \] Dus:
\[ \boxed{\angle D_1=38^\circ} \] De hoeken \(\angle D_1\) en \(\angle D_2\) vormen samen een gestrekte hoek van \(180^\circ\).
\[ \angle D_2=180^\circ-38^\circ \] \[ \boxed{\angle D_2=142^\circ} \] d.
Omdat \(DE\parallel BC\), zijn ook \(\angle E_1\) en \(\angle B\) even groot.
\[ \angle E_1=\angle B=110^\circ \] Dus:
\[ \boxed{\angle E_1=110^\circ} \] De hoeken \(\angle E_1\) en \(\angle E_2\) vormen samen een gestrekte hoek.
\[ \angle E_2=180^\circ-110^\circ \] \[ \boxed{\angle E_2=70^\circ} \]
Tip:
Tip 1. Gebruik bij a dat de hoeken van een driehoek samen \(180^\circ\) zijn.
Tip 2. Aan de gelijke pijltjes zie je dat \(DE\) en \(BC\) evenwijdig zijn.
Tip 3. Bij evenwijdige lijnen kun je schuifsymmetrie gebruiken. Daardoor geldt \(\angle D_1=\angle C\).
Tip 4. De hoeken \(\angle D_1\) en \(\angle D_2\) vormen samen een gestrekte hoek van \(180^\circ\).
Tip 5. Door de evenwijdige lijnen geldt ook \(\angle E_1=\angle B\). Daarna kun je \(\angle E_2\) berekenen met een gestrekte hoek.
Examentip. Let bij evenwijdige lijnen goed op de pijltjes in de figuur; daarmee kun je bepalen welke hoeken even groot zijn.
Tip 1. Gebruik bij a dat de hoeken van een driehoek samen \(180^\circ\) zijn.
Tip 2. Aan de gelijke pijltjes zie je dat \(DE\) en \(BC\) evenwijdig zijn.
Tip 3. Bij evenwijdige lijnen kun je schuifsymmetrie gebruiken. Daardoor geldt \(\angle D_1=\angle C\).
Tip 4. De hoeken \(\angle D_1\) en \(\angle D_2\) vormen samen een gestrekte hoek van \(180^\circ\).
Tip 5. Door de evenwijdige lijnen geldt ook \(\angle E_1=\angle B\). Daarna kun je \(\angle E_2\) berekenen met een gestrekte hoek.
Examentip. Let bij evenwijdige lijnen goed op de pijltjes in de figuur; daarmee kun je bepalen welke hoeken even groot zijn.
|
|
Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda
|
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!
Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde.
Hierboven vind je de video-uitleg van §3.2 Hoeken in vlakke figuren opgave 12 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video.
Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
|

Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda