Wiskunde.netLogo Wiskunde


Uitwerking §3.2 Hoeken in vlakke figuren: opgave 13

Boek: Getal & Ruimte - Drie dimensies, afstanden en hoeken VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024

Video / Tekstuele uitwerking...


Antwoord / uitwerking:

a.
Aan de gelijke streepjes in de figuur zie je dat de drie zijden van driehoek \(ABC\) even lang zijn.
Daarom is driehoek \(ABC\) een gelijkzijdige driehoek.
\[ \boxed{\triangle ABC\text{ is gelijkzijdig}} \] b.
In een gelijkzijdige driehoek zijn de drie hoeken even groot.
De hoeken zijn samen \(180^\circ\).
\[ \angle A_1=\frac{180^\circ}{3} \] \[ \boxed{\angle A_1=60^\circ} \] c.
De hoeken \(\angle A_1\) en \(\angle A_2\) liggen naast elkaar op een rechte lijn.
Samen vormen ze een gestrekte hoek van \(180^\circ\).
\[ \angle A_2=180^\circ-60^\circ \] \[ \boxed{\angle A_2=120^\circ} \] d.
Kijk naar driehoek \(DAC\).
Daarin is \(\angle A_2=120^\circ\) en de hoek bij \(C\) is \(20^\circ\).
De hoeken van een driehoek zijn samen \(180^\circ\).
\[ \angle D=180^\circ-120^\circ-20^\circ \] \[ \boxed{\angle D=40^\circ} \]
Tip:
Tip 1. Kijk bij a naar de streepjes op de zijden van driehoek \(ABC\). Drie gelijke zijden betekent dat de driehoek gelijkzijdig is.
Tip 2. In een gelijkzijdige driehoek zijn alle hoeken even groot. Gebruik dit om \(\angle A_1\) te berekenen.
Tip 3. De hoeken \(\angle A_1\) en \(\angle A_2\) vormen samen een gestrekte hoek van \(180^\circ\).
Tip 4. Gebruik voor \(\angle D\) driehoek \(DAC\). Daarin ken je \(\angle A_2\) en de hoek van \(20^\circ\) bij \(C\).
Examentip. Kijk bij een driehoek altijd eerst naar de streepjes op de zijden; daarmee kun je herkennen of een driehoek gelijkzijdig of gelijkbenig is.

Heb je een vraag of opmerking over deze uitwerking?
Laat ons weten wat je van deze uitwerking en Wiskunde.net vindt. Ben je tevreden? We horen het graag! Klik hier om je opmerking te plaatsen...
   
Opgave 11
Opgave 12
Opgave 13
Opgave 14
Opgave 15
Opgave 16
Opgave 17
Opgave 18
Opgave 19
Opgave 20
Opgave 21
Opgave 22
Opgave 23
Opgave 24
Opgave 25
Opgave 26
Opgave L2 blz. 181

Hoeken berekenen
×

Groen uitlegblok per bladzijde:
Blz 174: Hoeken berekenen (07:38)

Andere paragrafen:
3.1. Tekenen in perspectief (1 t/m 10)
3.2. Hoeken in vlakke figuren (11 t/m 26)
3.3. Hoeken berekenen met goniometrie (27 t/m 38)
3.4. Zijden berekenen in een driehoek (39 t/m 48)
3.5. Coördinaten in de ruimte (49 t/m 61)
3.6. Berekeningen in de ruimte (62 t/m 77)
3.7. Trainen op examenniveau (1 t/m 8)
3.D. D-toets (1 t/m 10)


Leerdoelen paragraaf: Hoeken in vlakke figuren:
1. Je kunt de hoekensom van een driehoek gebruiken om onbekende hoeken te berekenen.
2. Je kunt rekenen met een gestrekte hoek van 180° en een rechte hoek van 90°.
3. Je kunt eigenschappen van gelijkzijdige en gelijkbenige driehoeken gebruiken om hoeken te berekenen.
4. Je kunt met overstaande hoeken en gelijke hoektekens bepalen welke hoeken even groot zijn.
5. Je kunt bij evenwijdige lijnen schuifsymmetrie gebruiken om gelijke hoeken te herkennen en te berekenen.
6. Je kunt de hoekensom van een vierhoek van 360° en eigenschappen van een parallellogram gebruiken.
7. Je kunt in een samengestelde figuur stap voor stap onbekende hoeken berekenen door driehoeken, vierhoeken, symmetrie en gegeven hoektekens te combineren.


Geef je mening aan ons:
Review
Tevreden? Laat het ons weten!
Schrijf een review...
Jurgen de Bont Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda   
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!   

Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde. Hierboven vind je de video-uitleg van §3.2 Hoeken in vlakke figuren opgave 13 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video. Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
Succes verzekerd!

Met wiskundige groet,
Jurgen de Bont & Martijn Claassen & Bob Pruiksma, docenten Wiskunde onder- en bovenbouw