Wiskunde.netLogo Wiskunde


Uitwerking §3.2 Hoeken in vlakke figuren: opgave 26

Boek: Getal & Ruimte - Drie dimensies, afstanden en hoeken VMBO 4 (deel 1) 13e editie, 2024

Lid worden van wiskunde.net


Wil je deze volledige uitwerking bekijken? Dan heb je een account nodig op Wiskunde.net.
Meld je eenvoudig aan en krijg direct toegang tot alle stappen en uitleg.
Klik op Aanmelden om verder te gaan.

Wiskunde.net-team
Tip:
Tip 1. Gebruik de eigenschappen van een parallellogram: overstaande hoeken zijn even groot.
Tip 2. De vier hoeken van een vierhoek zijn samen \(360^\circ\). Gebruik dit om \(\angle B_{12}\) en \(\angle D_{12}\) te bepalen.
Tip 3. De totale hoek \(\angle C_{12}\) bestaat uit \(\angle C_1\) en \(\angle C_2\).
Tip 4. Gebruik driehoek \(PBC\) om \(\angle P_1\) te berekenen. Daarna vormen \(\angle P_1\) en \(\angle P_2\) samen een gestrekte hoek.
Tip 5. Aan de gelijke zijden \(AB=BD\) zie je dat driehoek \(ABD\) gelijkbenig is.
Tip 6. Gebruik driehoek \(PBS\) om \(\angle S_1\) te berekenen. Overstaande hoeken zijn even groot, dus \(\angle S_3=\angle S_1\).
Examentip. Schrijf bij een ingewikkelde figuur iedere berekende hoek meteen op; zo kun je stap voor stap naar de volgende gevraagde hoek werken.

Heb je een vraag of opmerking over deze uitwerking?
Laat ons weten wat je van deze uitwerking en Wiskunde.net vindt. Ben je tevreden? We horen het graag! Klik hier om je opmerking te plaatsen...
   
Opgave 11
Opgave 12
Opgave 13
Opgave 14
Opgave 15
Opgave 16
Opgave 17
Opgave 18
Opgave 19
Opgave 20
Opgave 21
Opgave 22
Opgave 23
Opgave 24
Opgave 25
Opgave 26
Opgave L2 blz. 181

Hoeken berekenen
×

Groen uitlegblok per bladzijde:
Blz 174: Hoeken berekenen (07:38)

Andere paragrafen:
3.1. Tekenen in perspectief (1 t/m 10)
3.2. Hoeken in vlakke figuren (11 t/m 26)
3.3. Hoeken berekenen met goniometrie (27 t/m 38)
3.4. Zijden berekenen in een driehoek (39 t/m 48)
3.5. Coördinaten in de ruimte (49 t/m 61)
3.6. Berekeningen in de ruimte (62 t/m 77)
3.7. Trainen op examenniveau (1 t/m 8)
3.D. D-toets (1 t/m 10)


Leerdoelen paragraaf: Hoeken in vlakke figuren:
1. Je kunt de hoekensom van een driehoek gebruiken om onbekende hoeken te berekenen.
2. Je kunt rekenen met een gestrekte hoek van 180° en een rechte hoek van 90°.
3. Je kunt eigenschappen van gelijkzijdige en gelijkbenige driehoeken gebruiken om hoeken te berekenen.
4. Je kunt met overstaande hoeken en gelijke hoektekens bepalen welke hoeken even groot zijn.
5. Je kunt bij evenwijdige lijnen schuifsymmetrie gebruiken om gelijke hoeken te herkennen en te berekenen.
6. Je kunt de hoekensom van een vierhoek van 360° en eigenschappen van een parallellogram gebruiken.
7. Je kunt in een samengestelde figuur stap voor stap onbekende hoeken berekenen door driehoeken, vierhoeken, symmetrie en gegeven hoektekens te combineren.


Geef je mening aan ons:
Review
Tevreden? Laat het ons weten!
Schrijf een review...
Jurgen de Bont Foto: Jurgen de Bont - Docent Wiskunde - Breda   
Welkom leerlingen op Wiskunde.net!   

Op deze site vind je duidelijke uitlegvideo's gekoppeld aan jouw boek om jou verder te helpen met het mooie vak Wiskunde. Hierboven vind je de video-uitleg van §3.2 Hoeken in vlakke figuren opgave 26 en links in het gele blokje (indien aanwezig), kun je de theorie bekijken in video. Ben je nog geen lid? Klik dan hier...
Succes verzekerd!

Met wiskundige groet,
Jurgen de Bont & Martijn Claassen & Bob Pruiksma, docenten Wiskunde onder- en bovenbouw